Blog

Blog - Natuur drukt op onze sociale knop

Een paar jaar geleden sprak ik in Rotterdam op een bijeenkomst over sociaal ondernemen in het groen.Tot mijn verrassing was het zaaltje afgeladen. Er waren projecten met ouderen, met daklozen, met verslaafden, met buurtbewoners en ga zo maar door. Steeds was het principe hetzelfde: samen zaaien, schoffelen, wieden en oogsten. Samen iets fijns en nuttigs doen dus. Logisch dat mensen daar beter van worden, zou je zeggen: plezier doet goed. Of zit er toch meer achter deze groene formule?

In dezelfde tijd sprak ik met Rutger de Graaf van de Zaanse zorginstelling Pennemes. De Graaf had met het pr-budget van de stichting een tuin aangelegd. Dat leek hem betere public relations dan kleurige brochures. ‘’En het werkte’’, vertelde hij: de tuin trok buurtbewoners aan die koffie kwamen drinken en soms zelfs een handje wilde helpen… in de tuin. De Graaf vertelde over zo’n vrijwillige tuinier. De man had aangegeven met planten, niet met bewoners te willen helpen. Daar had-ie geen trek in. Maar dat veranderde snel al zaaiend, schoffelend, wiedend met die bewoners. Het tuinieren leek ook in Zaandam op een sociale knop te duwen?  


Ik dook in de wetenschappelijke literatuur en stuitte onder andere op een onderzoek waarin ze proefpersonen in een hersenscanner naar foto
’s van natuur en van straten en gebouwen laten kijken. In de hersenen was daarbij een opvallende verschil te meten. Bij de stadse beelden was de temporale pool opvallend actiefhet centrum waarmee we ons in het perspectief van anderen verplaatsen. Bij natuurbeelden sprong de precuneus eruit, centrum van ons zelfbewustzijn, biografische herinneringen én geluk. Het leek dus het omgekeerd: de stad legde het perspectief bij de ander en de natuur vergrootte slechts zelfbesef. Of zat er meer achter?  


Opvallend was dat de natu
urbeelden ook de caudatus en het pallidum activeerden, twee breincentra die in verband gebracht worden met het gevoel dat iets waardevol is en je zorg behoeft. Dat klonk al minder egocentrisch. Een experiment aan de Universiteit van Rochester bevestigde mijn vermoeden. Onderzoekers lieten mensen daar een tijd naar foto’s van natuur of van stad kijken en vroegen dan waarover ze mijmerden. In hun antwoorden was er een pregnant verschil: bij stadsbeelden dachten mensen overwegend aan succes en geld verdienen, aan anderen de loef afsteken. Hun hersenen verdiepten zich in het perspectief van de ander uit eigenbelang. Bij natuurbeelden dachten de proefpersonen aan wat zij voor anderen betekenden, voor vrienden en samenleving. 


Sociaal zijn dat begint bij jezelf. E
n natuur helpt om dicht bij jezelf te zijn, dat kun je meten. En ervaren natuurlijk. Een kort ommetje in het park is toereikend om getuigen te zijn van een snelle mentale verandering. De kleur van je gedachten verandert. Ineens denk je aan wat er voor jou echt toe doet. Aan die vriend, aan die vriendin die je al te lang niet meer het gezien. Ja, natuur drukt op onze sociale knop. 

Dit blog is geschreven door wetenschapsjournalist Mark Mieras. 

Deel dit artikel